Bij mij op stage hebben alle ouders 1 keer in het half jaar. Een 10 minuten gesprek. Daar word over het kind gepraat. Daarbij word gekeken naar ontwikkelingen en bijzonderheden. Het lijkt op een ouderavond van de basisschool alleen eenvoudiger.
Mijn mening:
Ik vind het wel goed dat ze een 10 minuten gesprek met de ouders aangaan. Niet alle ouders nemen de tijd als ze kinderen ophalen. Voor die ouders is het wel handig. Zo krijgen ze informatie over hun kind van een pedagogische medewerkster. Het is ook niet verplicht dus als ouders het niet nodig vinden hoeft het niet.
maandag 2 november 2009
Peuters en muziek

Peuters kunnen erg genieten van muziek. Ze zingen en klappen mee. Ze worden er vaak vrolijk of rustig van, ook voor hun ontwikkeling is het heel goed. Het bevorderd de:
- Spraak en taal ontwikkelingen
- Het is de ideale basis voor muzikale ontwikkelingen
- De motoriek wordt er mee geoefend. Daarbij moet je denken aan zelf klappen, mee bewegen en zingen.
- Het is ook een training van het geheugen en de concentratie. Ze onthouden de woorden en melodieën.
Muziek op schoot is een voorbeeld van muziek op een kinderdagverblijf. Je kunt op een spelenderwijs muziek aan kinderen leren. Je kunt muziek ook met drama combineren.
Mijn mening:
Ik vind het erg belangrijk dat kinderen muziek leren op een kinderdagverblijf. Het is op een leuke manier omgaan met ontwikkelingen. Je kunt het heel simpel houden. Je kunt in de groep zelf activiteiten doen maar ook met meerdere groepen.
Informatie over VVE
Wat houdt voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in?
Vanaf 2000 zijn er in Nederland belangrijke impulsen gegeven aan de voor- en vroegschoolse educatie. Voor- en vroegschoolse educatie houdt in dat kinderen op jonge leeftijd meedoen aan educatieve programma’s. De centrumprogramma’s beginnen in een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf en lopen door in de eerste twee groepen van de basisschool. De doelstelling van het VVE beleid is om de ontwikkeling van kinderen uit autochtone en allochtone achterstandsgroepen zodanig te stimuleren dat zij hun kansen op een goede schoolloopbaan en maatschappelijke carrière worden vergroot. Een VVE programma kent een gestructureerde didactische aanpak en neemt een aantal dagdelen per week in beslag.
Helpt voor- en vroegschoolse educatie inderdaad?
Er is over de hele wereld erg veel onderzoek gedaan naar de effecten van voor- en vroegschoolse educatie op kinderen. Uit deze onderzoeken komt in grote lijnen het volgende beeld naar voren;
• De effecten van voor- en vroegschoolse programma’s op de cognitieve- en taalontwikkeling van kinderen kunnen, bij goede uitvoeringscondities, erg positief zijn. De kwaliteit van het programma en de uitvoering van het programma is daarbij van doorslaggevend belang. Bij slechtere kwaliteit nemen de effecten sterk af.
• Effecten op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen zijn veel minder aangetoond. Leseman wijst op de tegenstrijdigheid tussen cognitieve en sociaal emotionele doelen. Hij signaleert dat de didactische georiënteerde programma’s vaak tot betere resultaten in cognitie en schoolprestaties leiden, terwijl ontwikkelingsgerichte programma’s betere resultaten laten zien op het gebied van sociaal- emotionele en metacognitieve vaardigheden.
• In een aantal onderzoeken blijken de effecten van voorschoolse programma’s vrij snel uit te doven, maar soms worden ook vrij spectaculaire effecten op lange termijn aangetoond. Volgens het Innocenti Research Center van Unicef wordt dit soort effecten vooral gevonden bij kleine en dure programma’s van hoge kwaliteit. Volgens Leseman worden lange termijn effecten vooral gevonden bij combinatieprogramma’s van hoge pedagogische kwaliteit, met een relatief lange duur, intensieve deelname, en interventies gericht op kinderen én ouders.
Informatie gehaald van:
http://www.onderwijsachterstanden.nl/vve.php/achtergrond/vveach004.html
Vanaf 2000 zijn er in Nederland belangrijke impulsen gegeven aan de voor- en vroegschoolse educatie. Voor- en vroegschoolse educatie houdt in dat kinderen op jonge leeftijd meedoen aan educatieve programma’s. De centrumprogramma’s beginnen in een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf en lopen door in de eerste twee groepen van de basisschool. De doelstelling van het VVE beleid is om de ontwikkeling van kinderen uit autochtone en allochtone achterstandsgroepen zodanig te stimuleren dat zij hun kansen op een goede schoolloopbaan en maatschappelijke carrière worden vergroot. Een VVE programma kent een gestructureerde didactische aanpak en neemt een aantal dagdelen per week in beslag.
Helpt voor- en vroegschoolse educatie inderdaad?
Er is over de hele wereld erg veel onderzoek gedaan naar de effecten van voor- en vroegschoolse educatie op kinderen. Uit deze onderzoeken komt in grote lijnen het volgende beeld naar voren;
• De effecten van voor- en vroegschoolse programma’s op de cognitieve- en taalontwikkeling van kinderen kunnen, bij goede uitvoeringscondities, erg positief zijn. De kwaliteit van het programma en de uitvoering van het programma is daarbij van doorslaggevend belang. Bij slechtere kwaliteit nemen de effecten sterk af.
• Effecten op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen zijn veel minder aangetoond. Leseman wijst op de tegenstrijdigheid tussen cognitieve en sociaal emotionele doelen. Hij signaleert dat de didactische georiënteerde programma’s vaak tot betere resultaten in cognitie en schoolprestaties leiden, terwijl ontwikkelingsgerichte programma’s betere resultaten laten zien op het gebied van sociaal- emotionele en metacognitieve vaardigheden.
• In een aantal onderzoeken blijken de effecten van voorschoolse programma’s vrij snel uit te doven, maar soms worden ook vrij spectaculaire effecten op lange termijn aangetoond. Volgens het Innocenti Research Center van Unicef wordt dit soort effecten vooral gevonden bij kleine en dure programma’s van hoge kwaliteit. Volgens Leseman worden lange termijn effecten vooral gevonden bij combinatieprogramma’s van hoge pedagogische kwaliteit, met een relatief lange duur, intensieve deelname, en interventies gericht op kinderen én ouders.
Informatie gehaald van:
http://www.onderwijsachterstanden.nl/vve.php/achtergrond/vveach004.html
Kind uit een vluchtelingenkamp in een kinderdagverblijf
We hebben een jongetje op stage die uit een vluchtelingenkamp komt. Hij kan niet goed Nederlands en moet nog erg wennen aan onze gewoontes. Ook heeft hij nog moeite met onze cultuur. Het is allemaal heel begrijpelijk en hij doet het best goed. Maar ik vind het moeilijk om in te schatten hoe lang je dit als kinderdagverblijf kan volhouden. Je staat bijna één op één met hem. Ook de communicatie met de ouders is moeilijk omdat ze beiden geen Nederlands kunnen. We communiceren nu via de mail met een vrijwilliger die hun helpt maar daar krijgen we geen feedback van. Waar ik dus over brainstorm is hoelang hou je dit als kinderdagverblijf vol.
maandag 26 oktober 2009
Geloof

We hebben een kind op stage die geen bloedtransfusie mag hebben vanwege het geloof. Ik vind het heel goed dat ouders dit aangeven en daarbij uitleg geven.
Zodat wij begrijpen waarom en wat we moeten doen in die situaties. Ik heb voor mij zelf daar geen problemen mee. Maar begrijp hun standpunt wel. Op stage staat ook goed aangeven dat het kind dat niet mag hebben. Dat ligt bijvoorbeeld in een mandje met eigendommen van het kind. En hangt een blaadje in de keuken. Zodat elke pedagagogisch medewerkers op de hoogte is.
2de Stage
Mijn 2de stage is begonnen. We zijn nu ongeveer een 1.5 maand stage aan het lopen. Ik heb het erg naar me zin. Voel me gewaardeerd en in waarde genomen. Ik loop stage op de jongste peuter groep. Ik vind het een leuke leeftijd omdat ze dingen snel leren en dat je veel feedback van de kinderen krijgen. De stage loopt tot 29 jan. Volgende week ben ik jarig en vier ik vrijdags mijn verjaardag op de stage. Ik hoop dat de traktatie aanslaat en lekker is. Ik zit te denken om spekjes met een leuke versiering de om geen te geven.
Wat te doen met een driftbui bij peuters?
Stelling:
Hij schreeuwt de hele supermarkt bij elkaar
Een vader komt naar je toe en zegt:
Jeetje, hoe hou je het de hele dag vol op een kinderdagverblijf? Echt knap, ik zou het niet kunnen. Die Peuters vallen niet mee zeg! De mijne heb ik nu al regelmatig wild schoppend op de grond zien liggen middenin het gangpad van de supermarkt!
De eerste keer stond ik radeloos te kijken, jeetje wat een driftkikker! En natuurlijk was ik niet de enige die stond te kijken. Bovendien hoorde andere winkelende mensen fluisteren... Hoe pak ik mijn zoon het beste aan als hij een driftbui heeft?
Stappen plan
1: De driftbui bespreken met het kind. Uitleggen wat er fout gaat, en besreken dat het negatief gedrag is. Hierbij ook de gevoelens van het kind benoemen en van je zelf.
2: Voor dat je gaat winkelen bespreken wat je gaat doen. Alle stappen doornemen. Zodat het kind weet wat de gaat komen.
3: Bespreken wat het kind na die tijd krijgt als beloning als het geen driftbui heeft gehad.
4: Als het kind alsnog een driftbui krijgt. Je gaat op de hoogte van het kind zitten, vraagt wat er aan de hand is. En legt uit dat hij/zij dingen moet vragen om iets te willen zodat jij het kan begrijpen. Blijft het kind in de driftbui negeer je het negatieve gedrag.
5:Als het vaker voorkomt dat hij/zij geen driftbui meer heeft, belonen.
(presentatie Loes en Anouk)
Hij schreeuwt de hele supermarkt bij elkaar
Een vader komt naar je toe en zegt:
Jeetje, hoe hou je het de hele dag vol op een kinderdagverblijf? Echt knap, ik zou het niet kunnen. Die Peuters vallen niet mee zeg! De mijne heb ik nu al regelmatig wild schoppend op de grond zien liggen middenin het gangpad van de supermarkt!
De eerste keer stond ik radeloos te kijken, jeetje wat een driftkikker! En natuurlijk was ik niet de enige die stond te kijken. Bovendien hoorde andere winkelende mensen fluisteren... Hoe pak ik mijn zoon het beste aan als hij een driftbui heeft?
Stappen plan
1: De driftbui bespreken met het kind. Uitleggen wat er fout gaat, en besreken dat het negatief gedrag is. Hierbij ook de gevoelens van het kind benoemen en van je zelf.
2: Voor dat je gaat winkelen bespreken wat je gaat doen. Alle stappen doornemen. Zodat het kind weet wat de gaat komen.
3: Bespreken wat het kind na die tijd krijgt als beloning als het geen driftbui heeft gehad.
4: Als het kind alsnog een driftbui krijgt. Je gaat op de hoogte van het kind zitten, vraagt wat er aan de hand is. En legt uit dat hij/zij dingen moet vragen om iets te willen zodat jij het kan begrijpen. Blijft het kind in de driftbui negeer je het negatieve gedrag.
5:Als het vaker voorkomt dat hij/zij geen driftbui meer heeft, belonen.
(presentatie Loes en Anouk)
Abonneren op:
Posts (Atom)